**1.** Ten aanzien van het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, zijn alle Verdragsluitende Partijen, ongeacht of zij Partij zijn bij het Verdrag inzake Antarctica, in hun onderlinge betrekkingen gebonden door de Artikelen IV en VI van het Verdrag inzake Antarctica.
**2.** Geen enkele bepaling van dit Verdrag en geen enkele handeling of activiteit tijdens de geldigheidsduur van dit Verdrag:
levert een grond op voor het doen gelden, ondersteunen of betwisten van aanspraken op territoriale soevereiniteit in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, of schept soevereiniteitsrechten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is;
mag worden uitgelegd als zou één der Verdragsluitende Partijen geheel of gedeeltelijk afstand doen van rechten, aanspraken of gronden waarop aanspraken zijn gebaseerd om krachtens internationaal recht als kuststaat jurisdictie uit te oefenen in het gebied waarop dit Verdrag van toepassing is, of als een aantasting van die rechten, aanspraken of gronden;
mag worden uitgelegd als een aantasting van het standpunt van een Verdragsluitende Partij ten aanzien van de erkenning of niet-erkenning van rechten, aanspraken of gronden waarop aanspraken zijn gebaseerd;
mag afbreuk doen aan de in artikel IV, tweede lid, van het Verdrag inzake Antarctica vervatte bepaling dat zolang het Verdrag inzake Antarctica van kracht is, geen nieuwe aanspraken op uitbreiding van reeds bestaande aanspraken op territoriale soevereiniteit in Antarctica geldend kunnen worden gemaakt.
Artikel IV
Artikel IV
Onderdeel van Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 25 maart 1990