Naar hoofdinhoud

Artikel IX

Artikel IX

Onderdeel van Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 25 maart 1990

1. De Commissie heeft tot taak te ijveren voor de verwezenlijking van het doel en de beginselen die vermeld zijn in artikel II van dit Verdrag. Daartoe zorgt zij voor: het vergemakkelijken van onderzoek naar en van uitgebreide studies over de levende rijkdommen inde Antarctische wateren en over het Antarctische mariene ecosysteem; het samenstellen van gegevens over de situatie van en de veranderingen in populaties van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren en over de factoren die van invloed zijn op de verspreiding, het overvloedig voorkomen en de productiviteit van geëxploiteerde soorten en daarvan afhankelijke of daarmee verwante soorten of populaties; het verzamelen van statistieken over de vangst en de vangstprestatie met betrekking tot de geëxploiteerde populaties; het analyseren, verspreiden en publiceren van de onder b) en c) hierboven bedoelde gegevens en van de rapporten van het Wetenschappelijk Comité; het aangeven van de onderwerpen waarvoor instandhoudingsmaatregelen moeten worden genomen en het bestuderen van.de doeltreffendheid van reeds vastgestelde instandhoudingsmaatregelen; het uitwerken, vaststellen en herzien van instandhoudingsmaatregelen op grond van de beste ten dienste staande wetenschappelijke gegevens, met inachtneming van het bepaalde in het vijfde lid van dit artikel; het ten uitvoer leggen van de krachtens artikel XXIV van dit Verdrag vastgestelde waarnemings- en inspectieregeling; het verrichten van andere activiteiten die nodig zijn om het in dit Verdrag gestelde doel te bereiken. 2. De in het eerste lid, onder f), bedoelde instandhoudingsmaatregelen omvatten: vaststelling van de hoeveelheid van een soort die mag worden geëxploiteerd in het gebied waarop dit Verdrag van toepassing is; vaststelling van gebieden en deelgebieden op grond van de verspreiding van de populaties van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren; vaststelling van de hoeveelheid die mag worden gevangen bij de exploitatie van de populaties in de gebieden en deelgebieden; aanwijzing van beschermde soorten; vaststelling van de grootte, de leeftijd en eventueel het geslacht van de soorten die mogen worden geëxploiteerd; vaststelling van open en gesloten seizoenen voor exploitatie; vaststelling van voorschriften met betrekking tot het openen en sluiten van gebieden en deelgebieden voor wetenschappelijk onderzoek of instandhouding, met inbegrip van speciale gebieden voor bescherming en wetenschappelijk onderzoek; regulering van de vangstprestatie en vangstmethoden, met inbegrip van het vistuig, ten einde onder meer een te grote concentratie van de exploitatie in een bepaald gebied of deelgebied te voorkomen; vaststelling van andere instandhoudingsmaatregelen die de Commissie nodig acht voor het bereiken van het bij dit Verdrag gestelde doel, met inbegrip van maatregelen met betrekking tot het effect van de exploitatie en daarmee samenhangende activiteiten op andere onderdelen van het mariene ecosysteem dan de geëxploiteerde populaties. 3. De Commissie publiceert alle geldende instandhoudingsmaatregelen en houdt daarvan een register bij. 4. Bij de uitoefening van de in het eerste lid hierboven omschreven functies houdt de Commissie ten volle rekening met de aanbevelingen en adviezen van het Wetenschappelijk Comité. 5. De Commissie houdt ten volle rekening met alle relevante maatregelen of voorschriften die zijn vastgesteld of aanbevolen door de Consultatieve Vergaderingen overeenkomstig artikel IX van het Verdrag inzake Antarctica of door bestaande visserijcommissies die verantwoordelijk zijn voor soorten die het gebied binnenkomen waarop dit Verdrag van toepassing is, opdat er geen sprake is van tegenstrijdigheid tussen de rechten en plichten die voor een Verdragsluitende Partij uit dergelijke voorschriften of maatregelen voortvloeien en de instandhoudingsmaatregelen die door de Commissie worden vastgesteld. 6. De instandhoudingsmaatregelen die de Commissie overeenkomstig dit Verdrag heeft vastgesteld, worden op de volgende wijze door de leden van de Commissie toegepast: de Commissie stelt alle leden van de Commissie in kennis van de instandhoudingsmaatregelen; instandhoudingsmaatregelen worden 180 dagen na die kennisgeving bindend voor alle leden van de Commissie, behalve in de onder c) en d) vermelde gevallen; indien een lid van de Commissie binnen 90 dagen na de onder a) bedoelde kennisgeving de Commissie mededeelt dat het de instandhoudingsmaatregel geheel of gedeeltelijk niet kan aanvaarden, is de maatregel in de aangegeven mate niet bindend voor dat lid van de Commissie; indien een lid van de Commissie gebruik maakt van de onder c) bedoelde procedure, komt de Commissie, op verzoek van een lid van de Commissie bijeen om de instandhoudingsmaatregel opnieuw te bezien. Tijdens een dergelijke vergadering en binnen 30 dagen na de vergadering heeft elk lid van de Commissie het recht te verklaren dat het de instandhoudingsmaatregel niet meer kan aanvaarden; de betrokken maatregel is dan niet meer bindend voor dat lid.

Rechtspraak bij dit artikel