**1.** Indien de overledene, inwoner van een van de Staten, bij zijn overlijden onderdaan van de andere Staat was en op een tijdstip binnen een periode van tien jaar voorafgaande aan zijn overlijden inwoner van die andere Staat is geweest, mag die andere Staat de nalatenschap overeenkomstig zijn nationale wetgeving belasten, zelfs indien de nalatenschap ook niet ten dele bestaat uit in de artikelen 5 tot en met 8 opgesomde en op zijn grondgebied gelegen vermogensbestanddelen.
**2.** De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing, indien de overledene bij zijn overlijden een „Oleh” was en zijn woonplaats ononderbroken in Israël had behouden.
HOOFDSTUK III
Artikel 12
Belastingheffing op grond van nationaliteit
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen van nalatenschappen en verkrijgingen krachtens erfrecht· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 14 juli 1975