De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de verplichtingen die voortvloeien uit:
het Verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, als gewijzigd bij het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingenen het Verdrag van 28 september 1954 betreffende de status van staatlozen;
verdragen inzake uitlevering en doorgeleiding;
het Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
het Europees gemeenschapsrecht voor het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen en de op 19 juni 1990 gesloten Overeenkomst ter uitvoering van genoemd Akkoord van Schengen;
internationale asielovereenkomsten, en de Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke Lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij één van de Lidstaten wordt ingediend;
internationale conventies en overeenkomsten betreffende de overname van vreemdelingen.
Artikel 12
Betrekking tot andere verdragen
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Armenië betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen· Migratierecht