De Staten die partij zijn bij deze Overeenkomst erkennen dat de Overeenkomst niet alleen van toepassing is op het moederland, maar ook op alle grondgebieden voor welker internationale betrekkingen zij verantwoordelijk zijn; zij verbinden zich zo nodig overleg te plegen met de Regeringen of andere bevoegde autoriteiten van deze grondgebieden op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding of eerder, ten einde de toepassing van de Overeenkomst op deze grondgebieden te verzekeren en geven de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur kennis van de grondgebieden waarop de Overeenkomst wordt toegepast, welke kennisgeving van kracht wordt drie maanden na de datum van ontvangst.
Artikel 22
Artikel 22
Onderdeel van Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer en eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 17 oktober 2009