Naar hoofdinhoud
De Staten die partij zijn bij deze Overeenkomst verbinden zich: een certificaat te gaan gebruiken, waarin de uitvoerende Staat verklaart dat de uitvoer van de betrokken culturele goederen is toegestaan. Alle culturele goederen die overeenkomstig de voorschriften worden uitgevoerd, dienen van zulk een certificaat vergezeld te gaan; de uitvoer van culturele goederen uit hun grondgebied te verbieden, tenzij het bovengenoemde certificaat van uitvoer deze goederen begeleidt; met passende middelen dit verbod algemeen bekend te maken, vooral onder degenen van wie kan worden aangenomen dat zij culturele goederen zullen uitvoeren of invoeren.

Rechtspraak bij dit artikel