Naar hoofdinhoud

Artikel XVI

Artikel XVI

Onderdeel van Overeenkomst tussen bepaalde Europese Regeringen en de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek betreffende de uitvoering van het Ariane draagraketprogramma· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 6 februari 1979

1. Deze Overeenkomst staat van 15 oktober 1973 tot 30 november 1973 open voor ondertekening door de Lid-Staten van de Europese Ruimteconferentie. 2. Staten worden partij bij de Overeenkomst door hetzij ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging of goedkeuring, hetzij nederlegging van een akte van bekrachtiging of goedkeuring bij de Regering van de Franse Republiek, indien de Overeenkomst werd ondertekend onder voorbehoud van bekrachtiging of goedkeuring. 3. Deze Overeenkomst treedt in werking wanneer zij is ondertekend door de Organisatie en wanneer de Staten die te zamen 75 pct. van het totaal van het in paragraaf 2.3. van Bijlage B bedoelde stemgewicht uitbrengen, partij zijn geworden bij deze Overeenkomst overeenkomstig het tweede lid van dit artikel. 4. Voor de toepassing van het derde lid van dit artikel wordt de nederlegging bij de depot-Regering van een verklaring van voorlopige toepassing van de Overeenkomst en tot het zo spoedig mogelijk verkrijgen van bekrachtiging of goedkeuring, beschouwd als de nederlegging van een akte van bekrachtiging of goedkeuring. 5. De Regering van een Lid-Staat van de Organisatie die de Overeenkomst op 30 november 1973 nog niet heeft ondertekend, kan na die datum partij worden, mits de andere Regeringen die partij bij de Overeenkomst zijn daarmede instemmen. In zulk een geval moet de betrokken Regering een akte van toetreding nederleggen bij de Regering van de Franse Republiek; zij kan ook het bepaalde in het vierde lid van dit artikel toepassen, ten einde partij bij deze Overeenkomst te worden. De Programmaraad beslist met eenparigheid van stemmen over de aan de toetredende Staat te stellen voorwaarden van deelneming.

Rechtspraak bij dit artikel