Naar hoofdinhoud
1. Een Deelnemer die zich krachtens het tweede lid van artikel 6 wenst terug te trekken stelt de Organisatie van zijn terugtrekking in kennis. Deze terugtrekking wordt van kracht op de datum van de kennisgeving, zulks onder voorbehoud van de volgende bepalingen: de zich terugtrekkende Deelnemer is gehouden op de overeengekomen wijze zijn bijdragen te betalen uit hoofde van de lopende of de voorgaande jaarlijkse begroting (en); de zich terugtrekkende Deelnemer blijft gehouden zijn aandeel bij te dragen in de betalingskredieten overeenkomend met de goedgekeurde betalingsverplichtingen aangegaan op grond van de begroting voor het lopende of het (de) voorgaande financiële jaar (jaren) en die betrekking hebben op de fase van ontwerp, ontwikkeling en constructie; de zich terugtrekkende Deelnemer blijft lid van de Programmaraad tot hij aan zijn verplichtingen krachtens de letters (a) en (b) hierboven heeft voldaan. Hij heeft slechts stemrecht in aangelegenheden die rechtstreeks met deze verplichtingen verband houden. 2. De zich terugtrekkende Deelnemer behoudt de verworven rechten tot de datum waarop zijn terugtrekking van kracht wordt. Uit handelingen en ontwikkelingen waartoe wordt besloten na zijn terugtrekking ontstaat geen verder recht of verdere verplichting ten aanzien van dat deel van het programma waaraan hij niet langer bijdraagt, tenzij en voor zover anders overeengekomen tussen de overblijvende Deelnemers en de zich terugtrekkende Deelnemer. De bepalingen van artikel VII van het Verdrag tot oprichting van de Organisatie zijn mutatis mutandis van toepassing. 3. Indien een niet-Lid-Staat die overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 tot het programma is toegetreden, zich uit het programma wenst terug te trekken, is het bepaalde in dit artikel mutatis mutandis van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel