Naar hoofdinhoud
1. De gelden en eigendommen van de Amerikaanse Onderwijsstichting in Nederland, ingesteld bij de gewijzigde Overeenkomst van 1949, worden het eigendom van de NACEE en dienen te worden gebruikt voor de doelstellingen van deze Overeenkomst. 2. De Regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden komen overeen dat voor de doeleinden van deze Overeenkomst tevens kunnen worden gebruikt gelden in het bezit van of beschikbaar voor uitgaven door een der beide Regeringen voor zodanige doeleinden, en bijdragen aan de NACEE uit andere in dit artikel niet nader aangegeven bronnen. 3. De Minister van Buitenlandse Zaken is voornemens voor de doeleinden van deze Overeenkomst de NACEE een bedrag in U.S. dollars en/of Nederlandse guldens ter beschikking te stellen gelijk aan vijftig procent van de goedgekeurde jaarlijkse begroting. Het nakomen van deze verbintenis is afhankelijk van de beschikbaarheid van toewijzingen aan de Minister van Buitenlandse Zaken wanneer zulks door de van kracht zijnde wetgeving in de Verenigde Staten van Amerika is vereist. 4. De Minister is voornemens voor de doeleinden van deze Overeenkomst de NACEE een bedrag in Nederlandse guldens en/of U.S. dollars ter beschikking te stellen gelijk aan vijftig procent van de goedgekeurde jaarlijkse begroting. Het nakomen van deze verbintenis is afhankelijk van de beschikbaarheid van toewijzingen aan de Minister wanneer zulks door de van kracht zijnde wetgeving in het Koninkrijk der Nederlanden is vereist. 5. Alle zodanige gelden en inkomsten, zoals rente of anderszins, voortvloeiende uit investeringen of ander gebruik daarvan zijn beschikbaar voor uitgaven door de NACEE voor de doeleinden van deze Overeenkomst, binnen de grenzen van de begroting zoals deze zijn vastgesteld krachtens artikel 10.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel