Naar hoofdinhoud
1. Nadat deze Overeenkomst twaalf maanden van kracht is geweest, kan elke Overeenkomstsluitende Partij een of meer wijzigingen in de Overeenkomst voorstellen. De tekst van de wijzigingsvoorstellen, vergezeld van een memorie van toelichting, wordt toegezonden aan de Secretaris-Generaal, die deze ter kennis van alle Overeenkomstsluitende Partijen brengt. De Overeenkomstsluitende Partijen hebben de gelegenheid hem, binnen een tijdvak van twaalf maanden te rekenen van de datum van die kennisgeving, mede te delen of zij: (a) de wijziging aanvaarden; of (b) de wijziging verwerpen; of (c) wensen dat een conferentie wordt bijeengeroepen ter bestudering van de wijziging. De Secretaris-Generaal doet de tekst van de voorgestelde wijziging tevens toekomen aan de andere Staten bedoeld in artikel 2 van deze Overeenkomst. 2. Elke voorgestelde wijziging waarvan overeenkomstig het eerste lid van dit artikel kennis is gegeven, wordt geacht te zijn aanvaard indien, binnen het tijdvak van twaalf maanden bedoeld in het voorgaande lid minder dan een derde van de Overeenkomstsluitende Partijen de Secretaris-Generaal hebben medegedeeld, dat zij de wijziging verwerpen dan wel dat zij wensen dat een conferentie wordt bijeengeroepen ter bestudering van de wijziging. De Secretaris-Generaal stelt alle Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van elke aanvaarding of verwerping van elke voorgestelde wijziging en van verzoeken om een conferentie bijeen te roepen. Indien het totale aantal van zodanige verwerpingen en verzoeken die gedurende het voorgeschreven tijdvak van twaalf maanden zijn ontvangen, minder dan een derde bedraagt van het totale aantal Overeenkomstsluitende Partijen, stelt de Secretaris-Generaal alle Overeenkomstsluitende Partijen ervan in kennis dat de wijziging van kracht zal worden zes maanden na afloop van het tijdvak van twaalf maanden bedoeld in het eerste lid van dit artikel, en wel voor alle Overeenkomstsluitende Partijen met uitzondering van die welke, gedurende het voorgeschreven tijdvak, de wijziging hebben verworpen of de bijeenroeping hebben verzocht van een conferentie om haar te bestuderen. Elke Overeenkomstsluitende Partij die gedurende genoemd tijdvak van twaalf maanden een voorgestelde wijziging heeft verworpen of heeft verzocht een conferentie bijeen te roepen om haar te bestuderen, kan te allen tijde na afloop van bedoeld tijdvak de Secretaris-Generaal er van in kennis stellen dat zij de wijziging aanvaardt en de Secretaris-Generaal deelt deze kennisgeving mede aan alle andere Overeenkomstsluitende Partijen. De wijziging wordt dan ten aanzien van de Overeenkomstsluitende Partij die kennis heeft gegeven van het aanvaarden daarvan, van kracht zes maanden na ontvangst van hun kennisgeving door de Secretaris-Generaal. 3. Indien een voorgestelde wijziging niet is aanvaard overeenkomstig het tweede lid van dit artikel en indien binnen het tijdvak van twaalf maanden als bedoeld in het eerste lid van dit artikel minder dan de helft van het totale aantal Overeenkomstsluitende Partijen de Secretaris-Generaal heeft medegedeeld dat zij de voorgestelde wijziging verwerpen en indien tenminste een derde van het totale aantal Overeenkomstsluitende Partijen, maar niet minder dan vijf, hem mededeelt haar te aanvaarden dan wel wenst dat een conferentie wordt bijeengeroepen om haar te bestuderen, roept de Secretaris-Generaal een conferentie bijeen ten einde de voorgestelde wijziging of ieder ander voorstel te bestuderen dat hem wordt voorgelegd overeenkomstig het vierde lid van dit artikel. 4. Indien een conferentie is bijeengeroepen overeenkomstig het derde lid van dit artikel, nodigt de Secretaris-Generaal alle Overeenkomstsluitende Partijen, alsmede de andere Staten bedoeld in artikel 2 van deze Overeenkomst, daartoe uit. Hij verzoekt alle tot de conferentie uitgenodigde Staten hem, uiterlijk zes maanden, voor de openingsdatum van de conferentie, alle voorstellen voor te leggen die zij behalve de voorgestelde wijziging ook door de conferentie wensen te laten bestuderen en hij deelt zodanige voorstellen uiterlijk drie maanden voor de openingsdatum van de conferentie mede aan alle tot de conferentie uitgenodigde Staten. 5. Elke wijziging op deze Overeenkomst wordt geacht te zijn aanvaard indien zij is aanvaard door een twee derde meerderheid van de ter conferentie vertegenwoordigde Staten, mits deze meerderheid ten minste twee derde bedraagt van de ter conferentie vertegenwoordigde Overeenkomstsluitende Partijen. De Secretaris-Generaal stelt alle Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van het aanvaarden van de wijziging en de wijziging wordt van kracht twaalf maanden na de datum van deze kennisgeving, en wel voor alle Overeenkomstsluitende Partijen met uitzondering van die, welke gedurende dit tijdvak de Secretaris-Generaal er van in kennis hebben gesteld dat zij de wijziging verwerpen. Een Overeenkomstsluitende Partij die een wijziging gedurende genoemd tijdvak van twaalf maanden heeft verworpen, kan de Secretaris-Generaal te allen tijde er van in kennis stellen dat zij de wijziging aanvaardt, en de Secretaris-Generaal deelt deze kennisgeving mede aan alle andere Overeenkomstsluitende Partijen. De wijziging wordt ten aanzien van de Overeenkomstsluitende Partij die kennis heeft gegeven van het aanvaarden daarvan, van kracht zes maanden na ontvangst van deze kennisgeving door de Secretaris-Generaal of aan het einde van genoemd tijdvak van twaalf maanden, welke van beide data het laatst valt. 6. Indien de voorgestelde wijziging niet wordt geacht te zijn aanvaard overeenkomstig het tweede lid van dit artikel, en indien aan de in het derde lid van dit artikel voorgeschreven voorwaarden met betrekking tot het bijeenroepen van een conferentie niet is voldaan, wordt de voorgestelde wijziging geacht te zijn verworpen. 7. Onafhankelijk van de wijzigingsprocedure voorgeschreven in het eerste tot en met zesde lid van dit artikel, kan de Bijlage bij deze Overeenkomst bij overeenkomst tussen de bevoegde administraties van alle Overeenkomstsluitende Partijen worden gewijzigd. Indien de administratie van een Overeenkomstsluitende Partij verklaart dat haar nationale wetgeving haar verplicht haar instemming afhankelijk te stellen van de verlening van een bijzondere machtiging of van de goedkeuring van een wetgevend lichaam, wordt de bevoegde administratie van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij beschouwd eerst met de wijziging op de Bijlage te hebben ingestemd op het tijdstip waarop zij de Secretaris-Generaal er van in kennis heeft gesteld dat zij de vereiste machtiging of goedkeuring heeft verkregen. De overeenkomst tussen de bevoegde administraties kan bepalen dat tijdens een overgangsperiode de vroegere bepalingen van de Bijlage geheel of gedeeltelijk van kracht zullen blijven naast de nieuwe bepalingen. De Secretaris-Generaal bepaalt de datum van inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen. 8. Elke Staat deelt op het tijdstip van ondertekening of bekrachtiging van of van toetreding tot deze Overeenkomst de Secretaris-Generaal de naam en het adres mede van zijn ter zake van de Overeenkomst bevoegde administratie als bedoeld in het zevende lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel