Naar hoofdinhoud
1. Elk geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dit Protocol en dat door de partijen bij het geschil niet door onderhandelingen of door andere middelen tot regeling van een geschil kan worden opgelost, wordt onderworpen aan arbitrage indien een der bij het geschil betrokken Overeenkomstsluitende Partijen zulks verzoekt en wordt hiertoe voorgelegd aan een of meer scheidsmannen die in onderlinge overeenstemming tussen de partijen bij het geschil wordt of worden gekozen. Indien de partijen bij het geschil niet binnen drie maanden na het verzoek om arbitrage tot overeenstemming kunnen komen omtrent de keuze van een scheidsman of van scheidsmannen, kan een van die partijen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken een enkele scheidsman te benoemen, aan wie het geschil ter oplossing wordt voorgelegd. 2. De uitspraak van de overeenkomstig het eerste lid van dit artikel benoemde scheidsman of scheidsmannen is bindend voor de bij een geschil betrokken Overeenkomstsluitende Partijen.

Rechtspraak bij dit artikel