**1.** Ieder der drie Regeringen kan, na het einde van de in artikel 25, lid 1, genoemde termijn een nauwkeurig geformuleerd voorstel tot wijziging van een of meer artikelen van het Verdrag of van de Bijlage doen; dit voorstel zal op dezelfde wijze als een opzegging ter kennis van de beide andere Regeringen worden gebracht. In dat geval zullen de drie Regeringen trachten tot overeenstemming te komen.
**2.** Indien een jaar na de datum van kennisgeving aan de beide andere Regeringen geen overeenstemming is bereikt, kan de Regering die het voorstel heeft gedaan haar wetgeving in de voorgestelde zin wijzigen. De wijziging wordt op dezelfde wijze als het voorstel ter kennis van de beide andere Regeringen gebracht.
In dat geval is geen der beide andere Staten langer gebonden door de bepaling die het voorwerp was van het voorstel tot wijziging. Zelfs kan elk van de Verdragsluitende Staten het Verdrag opzeggen overeenkomstig artikel 25, lid 2. De opzegging zal van kracht worden op de eerste dag van de derde maand volgende op de datum waarop de Secretaris-Generaal de kennisgeving van opzegging heeft ontvangen. Artikel 25, lid 3, is op deze opzegging van toepassing.
HOOFDSTUK VIII
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake het overnemen van strafvervolgingen· Strafrecht