Naar hoofdinhoud

TITEL III › Hoofdstuk 2 › Afdeling 2:

Artikel 35

Artikel 35

Onderdeel van Europees Verdrag inzake sociale zekerheid· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 9 mei 1977

1. Ingeval de invaliditeit van degene, die uitkeringen op grond van de wettelijke regeling van één enkele Verdragsluitende Partij geniet, toeneemt, zijn de volgende bepalingen van toepassing: indien de betrokkene, sedert hij uitkeringen geniet, niet aan de wettelijke regeling van een andere Verdragsluitende Partij onderworpen is geweest, is het bevoegde orgaan van eerstbedoelde Partij verplicht uitkeringen toe te kennen, volgens de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling, daarbij rekening houdende met de toeneming van de invaliditeit; indien de betrokkene, sedert hij uitkeringen geniet, aan de wettelijke regelingen van één of meer andere Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden hem uitkeringen toegekend overeenkomstig de artikelen 28 tot en met 34, daarbij rekening houdende met de toeneming van de invaliditeit; in het in de vorige alinea bedoelde geval wordt het tijdstip waarop de toeneming van de invaliditeit is vastgesteld, beschouwd als het tijdstip waarop de verzekerde gebeurtenis zich heeft voorgedaan; indien de betrokkene, in het onder b) van dit lid bedoelde geval, geen recht op uitkeringen van het orgaan van een andere Verdragsluitende Partij heeft, is het bevoegde orgaan van de eerstbedoelde Partij verplicht uitkeringen toe te kennen volgens de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling, daarbij rekening houdende met de toeneming van de invaliditeit. 2. Ingeval de invaliditeit van degene, die uitkeringen op grond van de wettelijke regelingen van twee of meer Verdragsluitende Partijen geniet, toeneemt, worden hem uitkeringen toegekend overeenkomstig de artikelen 28 tot en met 34, daarbij rekening houdende met de toeneming van de invaliditeit. Het bepaalde onder c) van het vorige lid is van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel