De Verdragsluitende Partijen nemen de nodige maatregelen om de populaties van in het wild voorkomende dier- en plantesoorten te handhaven of te brengen op een niveau dat met name overeenkomt met hetgeen vanuit ecologisch, wetenschappelijk en cultureel standpunt is vereist, daarbij rekening houdend met de vereisten op economisch en recreatief gebied en met de behoeften van ondersoorten, variëteiten of vormen die plaatselijk worden bedreigd.
HOOFDSTUK I
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk leefmilieu in Europa· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 juni 1982