Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Procedure voor onderling overleg

Onderdeel van Verdrag ter bevordering van de economische betrekkingen tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, en de Regering van IJsland· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2012

1. Indien een lichaam van oordeel is dat de maatregelen van een [of] van [bei]de partijen voor hem leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit Verdrag, kan het, ongeacht de rechtsmiddelen waarin de nationale wetgeving van die partij[en] voorziet, zijn geval voorleggen aan de bevoegde autoriteit van de partij waarvan het inwoner is. Het geval moet worden voorgelegd binnen drie jaar nadat de maatregel die leidt tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het Verdrag, voor het eerst te zijner kennis is gebracht. 2. De bevoegde autoriteit tracht, indien het bezwaar haar gegrond voorkomt en indien zij niet zelf in staat is tot een bevredigende oplossing te komen, het geval in onderling overleg met de bevoegde autoriteit van de andere partij op te lossen teneinde belastingheffing die niet in overeenstemming is met het Verdrag te vermijden. De bereikte overeenstemming wordt ten uitvoer gelegd niettegenstaande de verjaringstermijnen in de nationale wetgeving van de partijen. 3. De bevoegde autoriteiten van de partijen trachten moeilijkheden die mochten rijzen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van het Verdrag in onderling overleg op te lossen. 4. De bevoegde autoriteiten van de partijen kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen teneinde de in de voorgaande leden bedoelde overeenstemming te bereiken.

Rechtspraak bij dit artikel