Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK X

Artikel 42

Immuniteit van rechtsgedingen

Onderdeel van Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 19 juni 1989

1. Het Fonds geniet immuniteit van iedere vorm van rechtsvordering, behalve voor vorderingen die tegen het Fonds kunnen worden ingesteld door: degenen die leningen aan het Fonds hebben verstrekt, met betrekking tot deze leningen; kopers en houders van door het Fonds uitgegeven waardepapieren, met betrekking tot deze waardepapieren; en belanghebbende curators en cessionarissen met betrekking tot bovengenoemde transacties. Zodanige vorderingen kunnen slechts voor bevoegde rechters worden ingesteld in plaatsen ten aanzien waarvan het Fonds schriftelijk met de andere partij heeft ingestemd. Indien echter ten aanzien van de rechterlijke instantie niets is bepaald of indien een akkoord met betrekking tot de bevoegdheid van deze rechterlijke instantie geen gevolgen heeft om redenen die niet een fout van de partij betreffen die tegen het Fonds een geding aanspant, kan een zodanige vordering voor een bevoegde rechter worden ingesteld in de plaats waar het Fonds zijn hoofdkantoor heeft of waar het een vertegenwoordiger heeft aangewezen voor het aannemen van gerechtelijke aanzeggingen. 2. Tegen het Fonds mag noch door Leden, noch door geassocieerde internationale grondstoffenorganisaties, noch door internationale grondstoffenorganen of hun deelnemers, noch door personen die optreden voor of vorderingen hebben op hen een geding worden aangespannen, behalve in de in het eerste lid van dit artikel genoemde gevallen. Ter regeling van geschillen tussen het Fonds en geassocieerde internationale grondstoffenorganisaties, internationale grondstoffenorganen of hun deelnemers maken deze laatste niettemin gebruik van daartoe in overeenkomsten met het Fonds en, in geval van Leden, in deze Overeenkomst en in door het Fonds aangenomen regels en voorschriften opgenomen bijzondere procedures. 3. Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid van dit artikel zijn de eigendommen en andere activa van het Fonds, waar deze zich ook bevinden en wie deze ook in bezit heeft, vrij van onderzoek, iedere vorm van beslag, inbeslagneming, executoriaal beslag, alle vormen van beslag onder derden, verzet of een andere wettelijke maatregel waardoor de betaling van gelden wordt verhinderd of die de vervreemding van grondstoffenvoorraden of opslagbewijzen omvatten of beletten, en zijn deze eigendommen en activa tevens vrij van andere interlocutoire maatregelen genomen voordat een eindvonnis tegen het Fonds door een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel bevoegde rechter is uitgesproken. Het Fonds kan met zijn crediteuren overeenkomen het aantal eigendommen en activa te beperken die kunnen worden geëxecuteerd in verband met de uitvoering van een eindvonnis.

Rechtspraak bij dit artikel