**1.** Van de voorzieningen van de Eerste Rekening van het Fonds kan slechts gebruik gemaakt worden door internationale grondstoffenorganisaties die zijn opgericht ter uitvoering van de bepalingen van internationale grondstoffenovereenkomsten of -regelingen die voorzien in internationale buffervoorraden, dan wel in internationaal gecoördineerde nationale voorraden, en die een associatieovereenkomst hebben gesloten. De associatieovereenkomst dient in overeenstemming te zijn met de voorwaarden van deze Overeenkomst en daarmee verenigbare regels en voorschriften die door de Raad van Bestuur worden aangenomen.
**2.** Een internationale grondstoffenorganisatie ter uitvoering van de bepalingen van een internationale grondstoffenovereenkomst of -regeling die voorziet in internationale buffervoorraden, kan zich associëren met het Fonds voor wat betreft de Eerste Rekening, mits over deze internationale grondstoffenovereenkomst of -regeling is onderhandeld of heronderhandeld op basis van en in overeenstemming met het beginsel, dat buffervoorraden gezamenlijk worden gefinancierd door producenten en verbruikers die aan deze overeenkomst of regeling deelnemen. Voor de toepassing van deze Overeenkomst komen internationale grondstoffenovereenkomsten of -regelingen die op basis van heffingen worden gefinancierd, voor associatie met het Fonds in aanmerking.
**3.** Een ontwerp-associatieovereenkomst wordt voorgelegd door de Directeur aan het College van Bewindvoerders en vervolgens, met de aanbeveling van het College aan de Raad van Bestuur ter goedkeuring met een gekwalificeerde meerderheid.
**4.** Bij de uitvoering van de bepalingen van de associatieovereenkomst tussen het Fonds en een geassocieerde internationale grondstoffenorganisatie eerbiedigt elk van beide instellingen de autonomie van de andere. De associatieovereenkomst omschrijft de wederzijdse rechten en verplichtingen van het Fonds en van de geassocieerde internationale grondstoffenorganisatie op een wijze die verenigbaar is met de desbetreffende bepalingen van deze Overeenkomst.
**5.** Een geassocieerde internationale grondstoffenorganisatie is gerechtigd door middel van de Eerste Rekening bij het Fonds leningen aan te gaan, onverminderd de vraag of zij in aanmerking komt voor financiering door de Tweede Rekening, mits de geassocieerde internationale grondstoffenorganisatie en haar leden aan hun verplichtingen jegens het Fonds hebben voldaan en naar behoren voldoen.
**6.** Een associatieovereenkomst voorziet in een vereffening der rekeningen tussen de geassocieerde internationale grondstoffenorganisatie en het Fonds, alvorens de associatieovereenkomst verlengd wordt.
**7.** Een geassocieerde internationale grondstoffenorganisatie kan in de rechten en verplichtingen van een voorgaande geassocieerde internationale grondstoffenorganisatie treden, indien de associatieovereenkomst daarin voorziet en die voorgaande geassocieerde internationale grondstoffenorganisatie die dezelfde grondstof betreft, daarin toestemt.
**8.** Het Fonds onthoudt zich van rechtstreeks optreden op de grondstoffenmarkten. Het Fonds kan echter uitsluitend ingevolge artikel 17, vijftiende tot en met zeventiende lid grondstoffenvoorraden verkopen.
**9.** Met betrekking tot de Tweede Rekening wijst het College van Bewindvoerders passende grondstoffenorganen, met inbegrip van al dan niet geassocieerde internationale grondstoffenorganisaties, aan als internationale grondstoffenorganen, mits deze voldoen aan de in Bijlage C vastgestelde criteria.
HOOFDSTUK IV
Artikel 7
Betrekkingen van internationale grondstoffenorganisaties en internationale grondstoffenorganen met het Fonds
Onderdeel van Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 juni 1989