Wanneer de spelling van de geslachtsnamen en voornamen in verschillende overgelegde stukken onderling afwijkt, dan wordt de betrokkene aangeduid overeenkomstig de akten van de burgerlijke stand of de identiteitsbewijzen welke zijn opgemaakt in de Staat waarvan hij onderdaan was op het tijdstip van het opmaken van deze akte of dat bewijs.
Voor de toepassing van deze bepaling omvat de uitdrukking „onderdaan” personen die de nationaliteit van die Staat hebben, alsmede staatlozen en vluchtelingen wier personeel statuut door de wet van genoemde Staat wordt beheerst.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Overeenkomst inzake de aanduiding van geslachtsnamen en voornamen in de registers van de burgerlijke stand· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 31 juli 1977