Indien de Raad, na bestudering van de desbetreffende gegevens welke hem door de Directeur-Generaal zijn voorgelegd, concludeert dat de Organisatie niet in staat is om na te gaan of geen kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, is aangewend voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen, kan hij de rapporten, bedoeld in Artikel XII, C, van het Statuut van de Organisatie (hierna te noemen „het Statuut”) opstellen en, in voorkomend geval, de overige maatregelen bedoeld in genoemd lid C treffen. Hierbij houdt de Raad rekening met de mate van zekerheid die uit de toegepaste waarborgen kan worden afgeleid en biedt het Koninkrijk der Nederlanden elke gelegenheid om hem de nodige verdere zekerheid te verschaffen.
DEEL I
Artikel 19
Artikel 19
Deze tekst geldt sinds 5 juni 1975