Naar hoofdinhoud
(a). Bij de aanwijzing van haar inspecteurs voor de Nederlandse Antillen verzekert de Organisatie zich van de goedkeuring van de Nederlandse Antillen. Indien de Nederlandse Antillen bij een voorstel tot benoeming of op enig tijdstip na de benoeming tegen de benoeming bezwaar maken, stelt de Organisatie de Nederlandse Antillen een of meer andere kandidaten voor. Indien ten gevolge van een herhaalde weigering van de Nederlandse Antillen om de benoeming van inspecteurs van de Organisatie te aanvaarden, het uitvoeren van inspecties in het kader van deze Overeenkomst mocht worden belemmerd, dan wordt deze weigering door de Raad op voorstel van de Directeur-Generaal van de Organisatie (hierna te noemen „de Directeur-Generaal”) onderzocht ten einde de nodige maatregelen te kunnen treffen. (b). De Nederlandse Antillen treffen de nodige maatregelen om te verzekeren dat de inspecteurs van de Organisatie hun bij deze Overeenkomst toebedeelde taken doeltreffend kunnen uitvoeren. (c). De bezoeken en werkzaamheden van de inspecteurs van de Organisatie worden zodanig georganiseerd dat: eventuele hinder of overlast voor de Nederlandse Antillen en bij de geïnspecteerde vreedzame nucleaire activiteiten tot een minimum worden beperkt; de bescherming van industriële geheimen of alle andere vertrouwelijke gegevens die ter kennis van de inspecteurs komen verzekerd blijft.

Rechtspraak bij dit artikel