Naar hoofdinhoud
1. Het vervoer, bedoeld in deze Overeenkomst, kan slechts worden uitgeoefend door vervoerders van de Overeenkomstsluitende Partijen, die overeenkomstig de nationale wetgeving van hun land zijn toegelaten tot het verrichten van internationaal vervoer over de weg. 2. De voertuigen waarmede het internationaal vervoer, bedoeld in deze Overeenkomst, wordt verricht, dienen geregistreerd te zijn op het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Partijen en moeten zijn voorzien van het nationale registratieteken en het herkenningsteken van hun land.

Rechtspraak bij dit artikel