Naar hoofdinhoud

Artikel IV

Nationale organisatie voor de bescherming van planten

Onderdeel van Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 4 april 1991

1. Elke Verdragsluitende Partij zal zo spoedig en zo goed mogelijk maatregelen treffen voor het instellen van een officiële organisatie ter bescherming van planten met de volgende voornaamste functies: het onderzoeken van planten te velde, van cultuurgrond (met inbegrip van velden, aanplantingen, kwekerijen, tuinen en kassen) en van opgeslagen of vervoerd wordende planten en plantaardige produkten, speciaal met het doel het voorkomen, het uitbreken en het verspreiden van ziekten van planten te melden en deze te bestrijden; het onderzoeken van zendingen planten en plantaardige produkten die in het internationale verkeer worden gebracht en, voor zover van toepassing, het onderzoeken van zendingen van andere artikelen of goederen in het internationale verkeer gebracht, onder omstandigheden waarin zij zouden kunnen fungeren als overbrengers van ziekten van planten en plantaardige produkten, en het onderzoeken van en toezicht houden op opslagplaatsen en vervoermiddelen, van welke aard ook, die in gebruik zijn bij het internationale verkeer voor planten en plantaardige produkten of voor andere goederen, in het bijzonder om te voorkomen dat ziekten van planten en plantaardige produkten zich over de landsgrenzen heen verspreiden; het toepassen van bestrijdingsmaatregelen of ontsmetten van zendingen planten en plantaardige produkten in het internationale verkeer gebracht, en het daarbij gebruikte verpakkingsmateriaal (met inbegrip van verpakkingsmateriaal of materiaal van welke aard ook dat de planten of plantaardige produkten vergezelt), opslagplaatsen of transportmiddelen van welke aard ook; het afgeven van certificaten betrekking hebbende op de gezondheidstoestand en oorsprong van zendingen planten en plantaardige produkten (hierna te noemen „gezondheidscertificaten”); het verspreiden van inlichtingen binnen het land betreffende ziekten van planten en plantaardige produkten en de middelen ter voorkoming en bestrijding daarvan; wetenschappelijk en ander onderzoek op het gebied van de bescherming van planten. 2. Iedere Verdragsluitende Partij zal aan de Directeur-Generaal van de FAO een beschrijving geven van het werkterrein van haar nationale organisatie voor de bescherming van planten en van eventuele veranderingen in zulk een organisatie. De Directeur-Generaal van de FAO zal deze gegevens ter kennis brengen van alle Verdragsluitende Partijen. De Engelse tekst van het Verdrag is oorspronkelijk gepubliceerd in Trb. 1952/100. De vertaling is gepubliceerd in Trb. 1953/73. Het Verdrag is in werking getreden op 29 oktober 1954, zie Trb. 1957/39. Het Verdrag is gewijzigd door Trb. 1981/27, Trb. 1998/125 en Trb. 2000/31.

Rechtspraak bij dit artikel