Naar hoofdinhoud

Artikel 10 (bis)

Beveiliging van de luchtvaart

Onderdeel van Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Turkije· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 5 juni 1989

1. In overeenstemming met hun rechten en verplichtingen ingevolge het internationale recht bevestigen de Overeenkomstsluitende Partijen nogmaals dat hun verplichting jegens elkander om de veiligheid van de burgerluchtvaart te beschermen tegen wederrechtelijke belemmering ervan een integrerend deel van deze Overeenkomst vormt. Zonder de algemeenheid van hun rechten en verplichtingen ingevolge het internationale recht te beperken, handelen de Overeenkomstsluitende Partijen in het bijzonder in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te 's-Gravenhage op 16 december 1970, en het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971, alsmede van enige andere multilaterale overeenkomst ter zake van de veiligheid van de luchtvaart die bindend is voor beide Overeenkomstsluitende Partijen. 2. De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkander op verzoek alle nodige bijstand om het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen en andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van zodanige luchtvaartuigen, hun passagiers en bemanning, luchthavens en voorzieningen voor de luchtvaart, en elke andere bedreiging voor de veiligheid van de burgerluchtvaart, te voorkomen. 3. De Partijen handelen in hun onderlinge betrekkingen overeenkomstig de beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart die zijn vastgesteld door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie en zijn aangewezen als Bijlagen bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, voor zoverre deze beveiligingsbepalingen op de Partijen van toepassing zijn; zij verlangen dat exploitanten van luchtvaartuigen die bij hen zijn ingeschreven, exploitanten van luchtvaartuigen die hun voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening of hun vaste woon- of verblijfplaats op hun grondgebied hebben, en de exploitanten van luchthavens op hun grondgebied handelen in overeenstemming met deze beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart. 4. Elke Overeenkomstsluitende Partij stemt ermede in dat van deze exploitanten van luchtvaartuigen kan worden verlangd dat zij de in het derde lid hierboven bedoelde beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart die de andere Overeenkomstsluitende Partij voorschrijft voor de binnenkomst in, het vertrek uit of het verblijf op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij, naleven. Elke Overeenkomstsluitende Partij ziet erop toe dat op haar grondgebied daadwerkelijk toereikende maatregelen worden getroffen om de luchtvaartuigen te beschermen en om de passagiers, de bemanning, handbagage, bagage, vracht en boordproviand aan controle te onderwerpen vóór en tijdens het aan boord gaan of het inladen. Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt tevens elk verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij om redelijke bijzondere veiligheidsmaatregelen tegen een specifieke bedreiging welwillend in overweging. 5. Wanneer zich een voorval voordoet van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen, of van andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van zodanige luchtvaartuigen, hun passagiers en bemanning, luchthavens of voorzieningen voor de luchtvaart, of dreigt zich voor te doen, verlenen de Overeenkomstsluitende Partijen elkander bijstand door de verbindingen en andere passende maatregelen die bedoeld zijn om op snelle en veilige wijze aan zulk een voorval of de dreiging daarvan een einde te maken, te vergemakkelijken. 6. Wanneer zich problemen voordoen bij de toepassing van de beveiligingsbepalingen van dit artikel, kunnen de luchtvaartautoriteiten van elk der Partijen verzoeken om onmiddellijk overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij.

Rechtspraak bij dit artikel