Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Vervoersrechten

Onderdeel van Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Turkije· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 4 augustus 1989

1. Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten voor het instellen van geregelde internationale luchtdiensten op de routes omschreven in de bijlage van deze Overeenkomst. Deze diensten en routes worden hierna onderscheidenlijk „de overeengekomen diensten” en „de omschreven routes” genoemd. De door elk der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen hebben bij de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route de volgende rechten: om zonder te landen over het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te vliegen; om op dat grondgebied te landen voor andere dan verkeersdoeleinden; en om op dat grondgebied te landen op de punten, voor die route aangegeven in de bijlage van deze Overeenkomst, voor het opnemen en afzetten van passagiers, vracht en post in internationaal verkeer. 2. Geen van de in het eerste lid van de in dit artikel genoemde rechten wordt geacht de luchtvaartmaatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen het recht te geven tot het opnemen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij van passagiers, vracht of post tegen vergoeding of beloning en bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij.

Rechtspraak bij dit artikel