Naar hoofdinhoud
Op verzoek van de Gemeenschap stelt de Organisatie kernmateriaal dat anders aan de waarborgen krachtens deze Overeenkomst zou zijn onderworpen, van deze waarborgen vrij, mits de totale hoeveelheid kernmateriaal dat in de Staten volgens dit artikel wordt vrijgesteld, nooit meer bedraagt dan: in totaal één kilogram bijzondere splijtstoffen die kunnen bestaan uit één of meer van de volgende materialen: plutonium; uranium met een verrijkingsgraad van 0,2 (20 %) en meer, waarbij voor de berekening het gewicht met de verrijkingsgraad wordt vermenigvuldigd; uranium met een verrijkingsgraad van minder dan 0,2 (20 %), maar meer dan die van natuurlijk uranium, waarbij voor de berekening het gewicht met vijfmaal het kwadraat van de verrijkingsgraad wordt vermenigvuldigd; in totaal tien metrieke ton natuurlijk uranium en verarmd uranium met een verrijkingsgraad van meer dan 0,005 (0,5 %); twintig metrieke ton verarmd uranium met een verrijkingsgraad van 0,005 (0,5 %) of minder; twintig metrieke ton thorium; of grotere hoeveelheden welke door de Raad voor een uniforme toepassing nader kunnen worden vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel