Kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is of dient te zijn onderworpen en dat wordt ingevoerd in of uitgevoerd uit de Staten, wordt in het kader van deze Overeenkomst onder de verantwoordelijkheden van de Gemeenschap en de betrokken Staat geacht te vallen, in geval van:
invoer in de Staten vanaf het tijdstip dat deze verantwoordelijkheid niet meer berust bij de Staat waaruit het materiaal wordt uitgevoerd en niet later dan het tijdstip waarop het kernmateriaal zijn bestemming heeft bereikt;
uitvoer uit de Staten tot het tijdstip waarop de verantwoordelijkheid overgaat op de Staat waarin het materiaal wordt ingevoerd en niet later dan het tijdstip waarop het kernmateriaal zijn bestemming heeft bereikt.
Het punt waarop de verantwoordelijkheid overgaat, wordt vastgelegd in overeenstemming met passende regelingen te treffen tussen, enerzijds, de Gemeenschap en de betrokken Staat en, anderzijds, de Staat waarin het kernmateriaal wordt ingevoerd, of waaruit het wordt uitgevoerd. Noch de Gemeenschap, noch een Staat wordt geacht zodanige verantwoordelijkheid voor kernmateriaal te hebben uitsluitend op grond van het feit dat het kernmateriaal zich in doorvoer op of boven het grondgebied van een Staat bevindt, of dat het wordt vervoerd op een schip dat onder de vlag van een Staat vaart, dan wel in een luchtvaartuig van een Staat.
Deel II › Paragraaf
Artikel 91
Algemene bepalingen
Deze tekst geldt sinds 21 februari 1977