Naar hoofdinhoud
1. De satellietcapaciteit wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de Directeur-Generaal van de Organisatie, overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst. 2. Het gecoördineerde programma wordt gezamenlijk uitgevoerd door de Organisatie en de burgerluchtvaartautoriteiten, overeenkomstig het in artikel 4 vermelde protocol. De Organisatie ziet erop toe dat de uitvoering van het Europese deel van het gecoördineerde Programma geschiedt overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst en in het Memorandum van Overeenstemming. 3. Tenzij in deze Overeenkomst anders is bepaald, voert de Organisatie dit Programma uit conform de in de Organisatie van kracht zijnde regels en procedures. Voor de functies die verband houden met het gecoördineerde programma die zijn toevertrouwd aan de Organisatie, gelden de in deze Overeenkomst genoemde regels, onder voorbehoud van eventueel door de Programmaraad vast te stellen bepalingen. 4. In het bijzonder zorgt de Directeur-Generaal van de Organisatie: voor het ter beschikking stellen van het benodigde personeel voor de vervulling van de werkzaamheden van het „Space Segment Programme Office”; ten behoeve van de Deelnemers, voor het sluiten van contracten en subcontracten en het technische en administratieve beheer daarvan, een en ander conform de regels en procedures van de Organisatie; waar mogelijk dient echter de voorkeur te worden gegeven aan het uitvoeren van de werkzaamheden op de grondgebieden van de Deelnemers, waarbij de nodige aandacht wordt geschonken aan de aanbevelingen van de Raad van de Organisatie ten aanzien van industrieel beleid en werkverdeling; dat rekening wordt gehouden met de standpunten van de in artikel 4 genoemde Conferentie in het kader van de opstelling van de jaarlijkse begroting voor het gecoördineerde programma.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel