De Verdragsluitende Partijen nemen, naar gelang van hun behoeften, het initiatief tot en werken samen bij het onderzoek naar en/of de ontwikkeling van:
bestaande en geplande technieken voor de beperking van de emissies van zwavelverbindingen en andere belangrijke luchtverontreinigende stoffen, waaronder de technische en economische uitvoerbaarheid en de weerslag ervan op het milieu;
het gebruik, van instrumenten en andere technieken voor de bewaking en de meting van emissiesnelheden en omgevingsconcentraties van luchtverontreinigende stoffen;
verbeterde modellen voor een beter begrip van het transport van grensoverschrijdende luchtverontreinigende stoffen over lange afstand;
de gevolgen van zwavelverbindingen en andere belangrijke luchtverontreinigende stoffen voor de gezondheid van de mens en het milieu, waaronder landbouw, bosbouw, materialen, aquatische en andere ecosystemen en het zicht, ten einde een wetenschappelijke basis te leggen voor de relatie dosis/gevolgen met het oog op de milieubescherming;
de beoordeling vanuit economisch, sociaal en ecologisch oogpunt van alternatieve maatregelen ter verwezenlijking van de milieudoelstellingen, waaronder de beperking van grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand;
onderwijs- en opleidingsprogramma's in verband met de milieuaspecten van verontreiniging door zwavelverbindingen en andere belangrijke luchtverontreinigende stoffen.
Hoofdstuk
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 16 maart 1983