Naar hoofdinhoud
1. Indien een Partij bij de overeenkomst de invoer van produkten die de in de artikelen 21 en 23 bedoelde moeilijkheden kan veroorzaken, aan een administratieve procedure onderwerpt die ten doel heeft snel inlichtingen omtrent de ontwikkeling van de handelsstromen te verstrekken, stelt zij de andere Partij hiervan in kennis. 2. In de gevallen, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 23, verstrekt de betrokken Partij bij de overeenkomst, alvorens de daarin vermelde maatregelen te nemen, Of zo spoedig mogelijk in de gevallen zoals bedoeld in lid 3, sub e), aan het Gemengd Comité alle nodige gegevens voor een diepgaand onderzoek van de situatie, ten einde een voor de Partijen bij de overeenkomst aanvaardbare oplossing te zoeken. Bij voorrang dienen maatregelen te worden gekozen die de werking van de overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren. De vrijwaringsmaatregelen worden onverwijld ter kennis gebracht van het Gemengd Comité, dat hierover periodiek overleg pleegt, vooral met het oog op de opheffing daarvan zodra de omstandigheden zulks toelaten. 3. Voor de tenuitvoerlegging van lid 2 zijn de onderstaande bepalingen van toepassing: Wat betreft artikel 19 kan elke Partij bij de overeenkomst zich wenden tot het Gemengd Comité, indien zij van mening is dat een bepaalde gedraging onverenigbaar is met de goede werking van de overeenkomst in de zin van artikel 19, lid 1. De Partijen bij de overeenkomst brengen alle dienstige inlichtingen ter kennis van het Gemengd Comité en verlenen dit Comité de noodzakelijke bijstand met het oog op de bestudering van het dossier en eventueel de opheffing van de aangevochten gedraging. Indien de betrokken Partij bij de overeenkomst binnen de in het Gemengd Comité vastgestelde termijn geen einde heeft gemaakt aan de aangevochten gedragingen, of indien in dit Comité binnen drie maanden vanaf de dag waarop het op de hoogte is gesteld geen overeenstemming wordt bereikt, kan de betrokken Partij de vrijwaringsmaatregelen nemen die zij noodzakelijk acht om de door de bedoelde gedragingen ontstane ernstige moeilijkheden te verhelpen, en met name tot intrekking van tariefconcessies overgaan. Met betrekking tot artikel 20 brengen de Partijen bij de overeenkomst alle dienstige inlichtingen ter kennis van het Gemengd Comité en verlenen dit Comité de noodzakelijke bijstand met het oog op de bestudering van het dossier, en eventueel een passende sanctie op de betrokken gedraging. Wanneer in het Gemengd Comité geen overeenstemming wordt bereikt of, al naar het geval, wanneer tegen de in gebreke gebleven onderneming geen bevredigende sanctie wordt getroffen, kan de betrokken Partij bij de overeenkomst de maatregelen treffen die zij nodig acht ter ondervanging van de door de verschillen in toepassing of door de schending van de regels veroorzaakte moeilijkheden en van de risico's van distorsie van de mededinging. Deze maatregelen kunnen met name bestaan uit intrekking van tariefconcessies en het verlenen aan de betrokken ondernemingen van ontheffing van de verplichting tot naleving van de prijsvoorschriften bij hun transacties op de markt van de andere Partij. De vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van het Gemengd Comité, dat daarover periodiek overleg pleegt, met name met het oog op de opheffing ervan zodra de omstandigheden zulks toelaten. In dringende gevallen kan de betrokken Partij bij de overeenkomst de andere Partij rechtstreeks verzoeken om: onmiddellijk een einde te maken aan de aangevochten gedraging, een procedure voor het treffen van sancties tegen de in gebreke gebleven onderneming in te leiden. Indien de betrokken Partij bij de overeenkomst de zaak niet tot haar voldoening geregeld acht, legt zij de in het Gemengd Comité vastgestelde procedure ten uitvoer. Wat betreft artikel 21 worden de moeilijkheden die worden veroorzaakt door de in dat artikel bedoelde situatie voor onderzoek ter kennis gebracht van het Gemengd Comité, dat elk dienstig besluit kan nemen om daaraan een einde te maken. Indien het Gemengd Comité of de uitvoerende Partij bij de overeenkomst binnen dertig dagen na de kennisgeving geen besluit heeft genomen waardoor een einde aan de moeilijkheden wordt gemaakt, is de invoerende Partij gerechtigd een compenserende heffing op het ingevoerde produkt toe te passen. Deze compenserende heffing wordt berekend naar gelang van de invloed van de voor de verwerkte grondstoffen of halffabrikaten geconstateerde tariefverschillen op de waarde van de betrokken goederen. Wat betreft artikel 22 vindt een raadpleging in het Gemengd Comité plaats alvorens de betrokken Partij bij de overeenkomst de passende maatregelen neemt. Indien uitzonderlijke omstandigheden die een onmiddellijk ingrijpen vereisen een voorafgaand onderzoek uitsluiten, kan de betrokken Partij bij de overeenkomst, in de situaties, bedoeld in de artikelen 21, 22 en 23, alsmede in gevallen van steunmaatregelen bij uitvoer die een rechtstreekse en onmiddellijke invloed op het handelsverkeer hebben, onverwijld de strikt noodzakelijke beschermende maatregelen nemen om de situatie te verhelpen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel