Naar hoofdinhoud
1. Wanneer een Partij bij de overeenkomst van mening is dat het in het gemeenschappelijk belang van de Partijen bij de overeenkomst is, de door deze overeenkomst tot stand gebrachte betrekkingen uit te breiden tot gebieden die niet onder de overeenkomst vallen, legt zij aan de andere Partij een met redenen omkleed verzoek voor. De Partijen bij de overeenkomst kunnen de bestudering van dit verzoek en de eventuele formulering van aanbevelingen met het oog op het aanknopen van de onderhandelingen aan het Gemengd Comité opdragen. Deze aanbevelingen kunnen, indien daartoe aanleiding bestaat, gericht zijn op de tenuitvoerlegging van een onderlinge harmonisatie, mits zulks de beslissingsvrijheid van de Partijen bij de overeenkomst onverlet laat. 2. De overeenkomsten waartoe de in lid 1 bedoelde onderhandelingen leiden, worden onderworpen aan bekrachtiging of goedkeuring door de Partijen bij de overeenkomst, en wel overeenkomstig hun eigen procedures.

Rechtspraak bij dit artikel