Naar hoofdinhoud

Artikel IV

Artikel IV

Onderdeel van Overeenkomst inzake de internationale aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door ruimtevoorwerpen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 17 februari 1981

1. In geval van schade elders dan op het aardoppervlak aan een ruimtevoorwerp van een lancerende Staat of aan personen of zaken aan boord van een zodanig ruimtevoorwerp toegebracht door een ruimtevoorwerp van een andere lancerende Staat, en in geval van schade daardoor aan een derde Staat of aan zijn natuurlijke personen of rechtspersonen toegebracht, zijn de eerstgenoemde twee Staten hoofdelijk aansprakelijk jegens de derde Staat binnen de hierna aangegeven grenzen: indien de schade is toegebracht aan de derde Staat op het aardoppervlak of aan een luchtvaartuig in vlucht, zijn zij absoluut aansprakelijk jegens de derde Staat; indien de schade is toegebracht aan een ruimtevoorwerp van de derde Staat of aan personen of zaken aan boord van een zodanig ruimtevoorwerp elders dan op het aardoppervlak zijn zij jegens de derde Staat aansprakelijk indien personen voor wie één van beide aansprakelijk is, schuld hebben. 2. In alle gevallen van hoofdelijke aansprakelijkheid als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt de schadevergoeding door de beide eerstgenoemde Staten gedragen naar evenredigheid van hun schuld; indien de mate van de schuld van elk van deze Staten niet kan worden vastgesteld, wordt de schadevergoeding door hen gelijkelijk gedragen. Deze verdeling laat onverlet het recht van de derde Staat om de krachtens deze Overeenkomst verschuldigde schadevergoeding in haar geheel te vorderen van een van de lancerende Staten of van alle lancerende Staten die hoofdelijk aansprakelijk zijn.

Rechtspraak bij dit artikel