**1.** In de zin van deze Overeenkomst zijn de wetenschappelijke onderzoekers van het Instituut, studenten of wetenschappelijke onderzoekers die in het bezit zijn van nationale universitaire getuigschriften waaruit hun geschiktheid om onderzoeken te verrichten of voort te zetten blijkt, en die beantwoorden aan de voorwaarden van artikel 27, lid 3, en tot het Instituut zijn toegelaten.
**2.** Het Instituut is toegankelijk voor de onderdanen van de Overeenkomstsluitende Staten.
Onderdanen van andere Staten kunnen worden toegelaten binnen de grenzen en volgens de voorwaarden neergelegd in de voorschriften die door de Raad van Bestuur worden vastgesteld na raadpleging van de Academische Raad.
**3.** Over de toelating tot het Instituut wordt beslist door de toelatingscommissie op de grondslag van de regels welke bij deze Overeenkomst en bij de door de Raad van Bestuur vastgestelde voorschriften zijn gegeven. De commissie houdt rekening met de bekwaamheid van de kandidaten en, voor zover mogelijk, met hun geografische herkomst.
De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Staten verlenen hun bijstand aan het Instituut met het oog op de toepassing van de toelatingsprocedure.
HOOFDSTUK III › Titel B
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 1975