**1.** De financiële bijdragen van de Overeenkomstsluitende Staten, bestemd voor dekking van de in de begroting van het Instituut opgenomen uitgaven, worden vastgesteld overeenkomstig de volgende verdeelsleutel:
België
5,11%
Denemarken
2,09%
Duitsland
17,89%
Griekenland
1,51%
Spanje
6,41%
Frankrijk
17,89%
Ierland
0,53%
Italië
17,89%
Luxemburg
0,16%
Nederland
5,11%
Oostenrijk
2,73%
Portugal
0,76%
Finland
1,23%
Zweden
2,80%
Verenigd Koninkrijk
17,89%.
**2.** Vanaf 1 januari 1978 wordt de financiering vastgesteld volgens criteria die worden bepaald tijdens een onderzoek dat met ingang van 1 januari 1977 wordt verricht, waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkeling die de Europese Gemeenschappen dan hebben doorgemaakt, en met het door de communautaire financiering geboden alternatief.
HOOFDSTUK IV
Artikel 19
Artikel 19
Onderdeel van Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1998