Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1998

1. De Raad van Bestuur bestaat uit Vertegenwoordigers van de Regeringen der Overeenkomstsluitende Staten; elke Regering beschikt over één stem in deze Raad en vaardigt er twee vertegenwoordigers naar af. De Raad komt ten minste eenmaal per jaar te Florence bijeen. 2. Het voorzitterschap van de Raad van Bestuur wordt voor de duur van een jaar door de Overeenkomstsluitende Staten bij toerbeurt vervuld. 3. De President van het Instituut, de Algemeen Secretaris en een vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschappen nemen, zonder stemrecht te hebben, deel aan de vergaderingen van de Raad van Bestuur. 4. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het algemene beleid van het Instituut; hij regelt de werking ervan en ziet toe op zijn ontwikkeling. Enerzijds bevordert hij de contacten tussen de Regeringen in zaken betreffende het Instituut en anderzijds de contacten tussen het Instituut en de Regeringen. De Raad van Bestuur neemt, onder de in de leden 5 en 6 vastgestelde voorwaarden, de voor de vervulling van de hem aldus opgedragen taken nodige besluiten. 5. De Raad van Bestuur neemt met eenparigheid van stemmen de besluiten betreffende: de vaststelling van de voorschriften betreffende de werking van het Instituut, alsmede de in artikel 26 vermelde financiële voorschriften; de vaststelling van de wijze waarop overeenkomstig artikel 27 de keuze der werktalen wordt bepaald; de vaststelling van het statuut van het personeel van het Instituut; dit statuut dient te bepalen op welke wijze geschillen tussen het Instituut en degenen, waarop het statuut van toepassing is, worden beslecht; het instellen van permanente posten van aan het Instituut verbonden hoogleraren; de uitnodiging, onder de door hem vast te stellen voorwaarden, van de in artikel 9, lid 3, omschreven persoonlijkheden aan de activiteiten van de Academische Raad deel te nemen; de sluiting van de vestigingsovereenkomst tussen het Instituut en de Regering van de Italiaanse Republiek, alsook de akkoorden en overeenkomsten bedoeld in artikel 3, lid 3; de eerste benoeming van de President en de Algemeen Secretaris van het Instituut; het toestaan van afwijkingen van artikel 8, lid 3; de wijziging van de in artikel 11 bedoelde verdeling in afdelingen of de oprichting van nieuwe afdelingen; het uitbrengen van het in artikel 33 bedoelde gunstig advies; de in artikel 34 bedoelde maatregelen. 6. De Raad van Bestuur neemt de niet in lid 5 genoemde besluiten met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, met name de besluiten betreffende: de benoeming van de President en van de Algemeen Secretaris van het Instituut; de goedkeuring van de begroting van het Instituut en de kwijting aan de Voorzitter voor de uitvoering van de begroting; de goedkeuring, op voorstel van de Academische Raad, van de hoofdlijnen van het onderwijs; de instelling van een Raad voor Onderzoek, waarvan hij, na raadpleging van de Academische Raad, de structuur en de bevoegdheden vaststelt; de oprichting en de afschaffing van interdisciplinaire centra binnen het Instituut, na raadpleging van de Academische Raad en de Raad voor Onderzoek; de vaststelling van zijn reglement van orde. 7. De stemmen met betrekking tot besluiten waarvoor een gekwalificeerde meerderheid van stemmen vereist is, worden als volgt gewogen: België Denemarken Duitsland Griekenland Spanje Frankrijk Ierland Italië Luxemburg Nederland Oostenrijk Portugal Finland Zweden Verenigd Koninkrijk 5 3 10 5 8 10 3 10 2 5 4 5 3 4 10 De besluiten komen tot stand wanneer zij ten minste tweeënzestig stemmen hebben verkregen, waarbij ten ministe tien regeringen voorstemmen. 8. Onthouding van stemming vormt geen beletsel voor het aannemen der besluiten van de Raad van Bestuur, waarvoor eenparigheid van stemmen is vereist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel