De leden van de bemanning van een voertuig mogen zonder betaling van rechten en zonder invoervergunning hun persoonlijke bezittingen en de voor de uitoefening van hun beroep benodigde uitrustingsstukken invoeren voor de duur van hun verblijf in het land van invoer. Deze goederen dienen opnieuw te worden uitgevoerd, waartoe geen vergunning nodig is.
Hoofdstuk III
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Griekenland houdende het internationale wegvervoer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 7 oktober 1974