Naar hoofdinhoud

DEEL III

Artikel 32

Artikel 32

Onderdeel van Verdrag betreffende de arbeidsveiligheid en gezondheid in havenarbeid· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 13 mei 1999

1. Alle gevaarlijke lading dient te worden verpakt, gemerkt en geëtiketteerd, alsmede op- of overgeslagen en gestuwd in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van internationale voorschriften die van toepassing zijn op het vervoer van gevaarlijke goederen te water onderscheidenlijk op de wal, en in het bijzonder op die betreffende de op- en overslag van gevaarlijke goederen in havens. 2. Gevaarlijke stoffen mogen niet worden op- of overgeslagen of gestuwd, tenzij zij verpakt en gemerkt of geëtiketteerd zijn in overeenstemming met internationale bepalingen voor het vervoer van dergelijke stoffen. 3. Indien verpakkingen of containers die gevaarlijke stoffen bevatten, gebroken of beschadigd zijn en daardoor gevaar opleveren, dient alle havenarbeid in het desbetreffende gebied te worden stilgelegd, met uitzondering van die werkzaamheden welke noodzakelijk zijn om het gevaar op te heffen terwijl de werknemers naar een veilige plaats dienen te worden gebracht, in afwachting van het tijdstip waarop het gevaar is geweken. 4. Er dienen maatregelen te worden getroffen om te voorkomen dat werknemers worden blootgesteld aan gevaarlijke gassen, dampen, nevels of giftige stoffen, dan wel dat werknemers zich kunnen bevinden op plaatsen waar zuurstofgebrek of explosiegevaar heerst. 5. Indien werknemers een gesloten ruimte moeten bestreden, waarin zich giftige of schadelijke stoffen kunnen bevinden of waarin een tekort aan zuurstof kan heersen, dienen passende maatregelen te worden getroffen ter vermijding van ongevallen of gevaar voor de gezondheid.

Rechtspraak bij dit artikel