Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die zijn uitgereikt of geldig verklaard door een Partij en die nog van kracht zijn, zullen door de andere Partij als geldig worden erkend voor de exploitatie van de in deze Overeenkomst vermelde routes en diensten, mits de eisen op grond waarvan deze bewijzen of vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard gelijk zijn aan of hoger dan de minimum-normen die in overeenstemming met het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart zijn gesteld. Elke Partij behoudt zich evenwel het recht voor, de erkenning van bewijzen van bevoegdheid en van vergunningen die door een andere Staat aan haar eigen onderdanen zijn uitgereikt te weigeren voor vluchten boven haar eigen grondgebied.
Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Overeenkomst inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten tussen de Europese Unie en de Verenigde Mexicaanse Staten van 15 december 2010 (Pb. EU L 38 van 12 februari 2011, blz. 34-39) wordt vanaf 22 juni 2012, wanneer in de tekst van de bilaterale overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit beschouwd als verwijzingen naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2012/215). De bepalingen van artikel 3, tweede lid, van de Overeenkomst inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten tussen de Europese Unie en de Verenigde Mexicaanse Staten van 15 december 2010 (Pb. EU L 38 van 12 februari 2011, blz. 34-39) vormen vanaf 22 juni 2012 een aanvulling op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/215). Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1975/25. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1978/45. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1981/42. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1984/7. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1987/17. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1990/36.
Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Overeenkomst inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten tussen de Europese Unie en de Verenigde Mexicaanse Staten van 15 december 2010 (Pb. EU L 38 van 12 februari 2011, blz. 34-39) wordt vanaf 22 juni 2012, wanneer in de tekst van de bilaterale overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit beschouwd als verwijzingen naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2012/215). De bepalingen van artikel 3, tweede lid, van de Overeenkomst inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten tussen de Europese Unie en de Verenigde Mexicaanse Staten van 15 december 2010 (Pb. EU L 38 van 12 februari 2011, blz. 34-39) vormen vanaf 22 juni 2012 een aanvulling op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/215). Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1975/25. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1978/45. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1981/42. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1984/7. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1987/17. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1990/36.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Mexicaanse Staten· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 22 januari 1973