Naar hoofdinhoud
1. De bevoegde autoriteiten van de Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van artikel 10, tweede en derde lid, artikel 11, tweede en derde lid, en artikel 12, eerste en tweede lid. 2. De bevoegde autoriteit van elk van de Staten kan, in overeenstemming met het gebruik van die Staat, uitvoeringsvoorschriften vaststellen die nodig zijn om de overige bepalingen van deze Overeenkomst uit te voeren. Voorheen art. 30. Is van toepassing voor belastingjaren en -tijdvakken die beginnen op of na 1 januari 1994 (Trb. 1995/224).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel