**1.** Iedere verdragsluitende Staat kan zich op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, het recht voorbehouden niet toe te passen:
artikel 7, eerste lid;
artikel 10, eerste lid, onder e).
**2.** Iedere verdragsluitende Staat kan tevens, bij de verklaring met betrekking tot een uitbreiding van de toepasselijkheid van het Verdrag overeenkomstig artikel 27, tweede lid, een of meer van deze voorbehouden maken waarvan de werking is beperkt tot de of sommige van de gebieden bedoeld in de uitbreiding.
**3.** Iedere verdragsluitende Staat kan een door hem gemaakt voorbehoud op elk moment intrekken; het voorbehoud verliest zijn gevolg op de eerste dag van de derde kalendermaand na de kennisgeving van de intrekking.
TITEL II
Artikel 22
Voorbehouden
Onderdeel van Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 september 1991