Naar hoofdinhoud
Onverminderd de tussen de Verdragsluitende Partijen te sluiten overeenkomsten, verleent elke Partij aan de andere de vrije doortocht over haar grondgebied op de voorwaarden die voor elk derde land gelden. Op de voorrechten die, krachtens bijzondere overeenkomsten betreffende de doortocht, door een Verdragsluitende Partij zijn toegekend aan een land dat geen partij is bij dit Verdrag, kan echter door de andere Verdragsluitende Partij geen aanspraak worden gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel