Het Fonds bezit internationale rechtspersoonlijkheid.
Het Fonds geniet in het grondgebied van elk van zijn Leden de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor het vervullen van zijn taken en voor de verwezenlijking van zijn doel. De vertegenwoordigers van de Leden, de President en de staf van het Fonds genieten de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de onafhankelijke vervulling van hun taken in verband met het Fonds.
De in letter (a) bedoelde voorrechten en immuniteiten zijn:
in het grondgebied van een Lid dat ten aanzien van het Fonds is toegetreden tot het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties, die zoals omschreven in de standaardclausules van dat Verdrag zoals gewijzigd bij een aanhangsel daarbij goedgekeurd door de Raad van Bestuur;
in het grondgebied van een Lid dat alleen ten aanzien van andere organisaties dan het Fonds is toegetreden tot het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties, die zoals omschreven in de standaardclausules van dat Verdrag, behalve indien een zodanig Lid de depositaris ervan in kennis stelt dat deze clausules niet van toepassing zijn op het Fonds dan wel van toepassing zijn met inachtneming van de wijzigingen die zijn aangegeven in de kennisgeving;
die zoals omschreven in andere door het Fonds gesloten overeenkomsten.
Ten aanzien van een Lid dat een groep van Staten is, verzekert deze groep dat de in dit artikel bedoelde voorrechten en immuniteiten worden toegepast in de grondgebieden van alle leden van de groep.
Artikel 10
Rechtspositie, voorrechten en immuniteiten
Onderdeel van Overeenkomst tot instelling van het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 30 november 1977