De Leden houden geen beperkingen in stand of leggen deze op ten aanzien van het bezit van of het gebruik door het Fonds van vrij inwisselbare valuta’s.
De bijdragen in niet inwisselbare valuta van een Lid die voor 26 januari 1995 aan het Fonds zijn betaald uit hoofde van de oorspronkelijke of aanvullende bijdrage van dat Lid, kunnen door het Fonds, in overleg met het betrokken Lid, worden gebruikt voor de betaling van administratieve uitgaven en andere kosten van het Fonds in de grondgebieden van dat Lid, of, met de toestemming van dat Lid, voor de betaling van goederen vervaardigd of diensten verleend in zijn grondgebieden die nodig zijn voor door het Fonds in andere Staten gefinancierde activiteiten.
De rekeneenheid van het Fonds is het Bijzondere Trekkingsrecht van het Internationale Monetaire Fonds.
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt de waarde van een valuta uitgedrukt in het Bijzondere Trekkingsrecht berekend overeenkomstig de methode van waardebepaling toegepast door het Internationale Monetaire Fonds, met dien verstande dat:
in het geval van de valuta van een lid van het Internationale Monetaire Fonds waarvoor een zodanige waarde niet op lopende basis beschikbaar is, de waarde wordt berekend na overleg met het Internationale Monetaire Fonds;
in het geval van de valuta van een Staat die geen lid is van het Internationale Monetaire Fonds, de in het Bijzondere Trekkingsrecht uitgedrukte waarde van de valuta door het Fonds wordt berekend op de basis van een passende wisselkoersverhouding tussen die valuta en de valuta van een lid van het Internationale Monetaire Fonds waarvoor een waarde is berekend zoals hierboven aangegeven.
Artikel 5
Valuta’s
Onderdeel van Overeenkomst tot instelling van het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 20 februari 1997