Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Verrichtingen

Onderdeel van Overeenkomst tot instelling van het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 10 september 2019

De middelen van het Fonds worden gebruikt ter verwezenlijking van het in artikel 2 aangegeven doel. Er worden door het Fonds alleen financiële middelen verstrekt ten behoeve van Lidstaten in ontwikkeling. Dergelijke financiële middelen kunnen rechtstreeks aan Lidstaten in ontwikkeling worden verstrekt of via intergouvernementele organisaties waarin zulke Leden deelnemen of aan, of via, organisaties en ondernemingen in de private sector. In het geval van een lening aan een intergouvernementele organisatie kan het Fonds passende gouvernementele of andere waarborgen eisen. Het Fonds treft maatregelen ter verzekering dat de financiële middelen alleen worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor ze werden verstrekt, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met overwegingen van zuinigheid, doelmatigheid en sociale rechtvaardigheid. Bij de toewijzing van zijn middelen laat het Fonds zich leiden door de onderstaande prioriteiten: de noodzaak tot verhoging van de voedselproduktie en verbetering van het voedingspeil van de armste bevolkingsgroepen in de armste landen met een voedseltekort; de mogelijkheden voor verhoging van de voedselproduktie in andere ontwikkelingslanden. Tevens wordt de nadruk gelegd op verbetering van het voedingspeil van de armste bevolkingsgroepen in deze landen en van hun levensomstandigheden. Binnen het kader van bovengenoemde prioriteiten wordt hulp verleend op basis van objectieve economische en sociale criteria, waarbij bijzondere nadruk wordt gelegd op de behoeften van de landen met een laag inkomen en hun mogelijkheden voor verhoging van de voedselproduktie; voorts wordt terdege rekening gehouden met het beginsel van een billijke geografische verdeling van deze middelen. Onverminderd de bepalingen van deze Overeenkomst gelden voor de financiering door het Fonds algemene beleidslijnen, criteria en voorschriften die van tijd tot tijd door de Raad van Bestuur worden vastgesteld met een twee derde meerderheid van het totale aantal stemmen. Financiering door het Fonds kan geschieden in de vorm van leningen, schenkingen, een mechanisme ten behoeve van houdbare schulden, eigen vermogen of andere middelen, die worden verstrekt op door het Fonds passend geachte voorwaarden, rekening houdend met de economische situatie en vooruitzichten van het Lid en met de aard en behoeften van de betrokken activiteit. Het Fonds kan tevens, door middel van een besluit van het College van Bewindvoerders, aanvullende financiële middelen verstrekken voor de opzet en uitvoering van projecten en programma's, gefinancierd door het Fonds via leningen, schenkingen, een mechanisme ten behoeve van houdbare schulden, eigen vermogen of andere middelen. Het deel van de middelen van het Fonds dat in een boekjaar kan worden vastgelegd voor financieringstransacties in elk van de in letter (a) bedoelde vormen wordt van tijd tot tijd door het College van Bewindvoerders bepaald, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de levensvatbaarheid van het Fonds op de lange termijn en met de noodzaak van continuïteit in zijn verrichtingen. Het deel van de schenkingen mag normaal niet meer bedragen dan een achtste van de in een boekjaar vastgelegde middelen. Het College van Bewindvoerders stelt een mechanisme ten behoeve van houdbare schulden en de bijbehorende procedures en modaliteiten in; de uit hoofde daarvan verstrekte financiële middelen tellen niet mee voor het in het voorgaande bedoelde schenkingsplafond. Een groot deel van de leningen wordt verstrekt op zeer concessionele voorwaarden. De President legt het College van Bewindvoerders projecten en programma’s voor ter beoordeling en goedkeuring. De besluiten ten aanzien van de keuze en goedkeuring van projecten en programma’s worden genomen door het College van Bewindvoerders. Zodanige besluiten worden genomen op basis van de algemene beleidslijnen, criteria en voorschriften die zijn vastgesteld door de Raad van Bestuur. Voor de beoordeling van aan het Fonds ter financiering voorgelegde projecten en programma’s maakt het Fonds in de regel gebruik van de diensten van internationale instellingen en het kan, waar passend, gebruik maken van de diensten van andere bevoegde op dit terrein gespecialiseerde organisaties. Deze instellingen en organisaties worden door het College van Bewindvoerders gekozen na overleg met de betrokken ontvangende partij en zijn bij het verrichten van de beoordeling rechtstreeks verantwoordelijk jegens het Fonds. De leningsovereenkomst, of andere overeenkomsten waar relevant, worden per geval gesloten door het Fonds en de ontvangende partij, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het betrokken project of programma. Tenzij het College van Bewindsvoerders anders besluit, vertrouwt het Fonds het beheer van de leningen, wat de uitbetaling van de opbrengst van de lening en het toezicht op de uitvoering van het betrokken project of programma betreft, toe aan de bevoegde nationale, regionale of internationale of andere instellingen of entiteiten. Deze instellingen of entiteiten zijn van mondiale, regionale of nationale aard en worden per geval gekozen met de goedkeuring van de ontvangende partij. Voordat het Fonds de lening ter goedkeuring voorlegt aan het College van Bewindvoerders, overtuigt het zich ervan dat de instelling of entiteit waaraan het toezicht wordt toevertrouwd, instemt met de resultaten van de beoordeling van het betrokken project of programma. Dit wordt overeengekomen tussen het Fonds en de met de beoordeling belaste instelling of organisatie, alsmede met de instelling of entiteit waaraan het toezicht zal worden opgedragen. Voor de toepassing van het bepaalde in de letters (f) en (g) hierboven worden verwijzingen naar „leningen” geacht mede „schenkingen” te omvatten. Het Fonds kan een krediet openstellen voor een nationale ontwikkelingsorganisatie, waarmee deze, overeenkomstig de voorwaarden van de leningsovereenkomst en de modaliteiten vastgesteld door het Fonds, deelleningen kan verstrekken en beheren ter financiering van projecten en programma’s. Alvorens het College van Bewindvoerders de openstelling van een zodanig krediet goedkeurt, wordt de betrokken nationale ontwikkelingsorganisatie en haar programma beoordeeld overeenkomstig het bepaalde in letter (e). De uitvoering van genoemd programma is onderworpen aan het toezicht van de instellingen die zijn gekozen overeenkomstig het bepaalde in letter (g). Het College van Bewindvoerders stelt passende voorschriften vast voor de aankoop van goederen en de betaling van diensten die uit de middelen van het Fonds zullen worden gefinancierd. Deze voorschriften dienen in de regel in overeenstemming te zijn met de beginselen van internationale inschrijvingen en dienen waar mogelijk de voorkeur te geven aan deskundigen, technici en goederen uit de ontwikkelingslanden. Behalve de elders in deze Overeenkomst aangegeven verrichtingen kan het Fonds bijkomende activiteiten ondernemen en in het kader van zijn verrichtingen alle bevoegdheden uitoefenen die noodzakelijk zijn ter verwezenlijking van zijn doel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel