Elke Verdragsluitende Staat neemt, overeenkomstig zijn nationale wetgeving en het internationaal recht, de noodzakelijke maatregelen om, tijdens internationaal nucleair vervoer, het kernmateriaal dat zich op zijn grondgebied of aan boord van een onder zijn rechtsmacht vallend vaartuig of luchtvaartuig bevindt, voor zover dit vaartuig of luchtvaartuig aan het vervoer naar of van deze Staat deelneemt, zoveel mogelijk te beveiligen overeenkomstig de in bijlage I omschreven niveaus.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en kerninstallaties· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 6 oktober 1991