Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en kerninstallaties· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 6 oktober 1991

1. Het opzettelijk begaan van een van de volgende feiten: het zonder vergunning verleend door het bevoegd gezag verkrijgen, voorhanden hebben, gebruiken, vervoeren, veranderen, verspreiden of zich ontdoen van kernmateriaal, indien dit iemands dood tot gevolg heeft of daardoor ernstig lichamelijk letsel voor een ander of aanzienlijke schade aan goederen ontstaat, dan wel indien daarvan levensgevaar of gevaar voor ernstig lichamelijk letsel voor een ander of aanzienlijke schade aan goederen te duchten is; diefstal of afpersing van kernmateriaal; het verduisteren of het zich op enige andere wijze bedrieglijk toeëigenen van kernmateriaal; het trachten te bemachtigen van kernmateriaal door middel van geweld of bedreiging met geweld of van enige andere vorm van intimidatie; het uiten van de bedreiging: kernmateriaal te gebruiken ten einde anderen te doden of ernstig lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel aanzienlijke schade aan goederen te veroorzaken; een van de strafbare feiten genoemd onder b te plegen, ten einde een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, een internationale organisatie of een staat te dwingen iets te doen of na te laten; de poging tot het plegen van een van de strafbare feiten genoemd onder a, b of c; alsmede het deelnemen aan een van de strafbare feiten genoemd onder a tot en met f wordt door iedere Verdragsluitende Staat in zijn nationale wetgeving strafbaar gesteld. 2. Iedere Verdragsluitende Staat verbindt zich er toe op de in dit artikel genoemde strafbare feiten straffen te stellen die beantwoorden aan de ernst van deze feiten.

Rechtspraak bij dit artikel