In het kader van de verplichting voortvloeiend uit artikel 1, eerste lid, van de Overeenkomst, komen de Overeenkomstsluitende Partijen overeen dat het verzoek om inlichtingen:
kan uitgaan van een rechterlijke autoriteit en bovendien van iedere autoriteit of persoon die binnen een officieel stelsel van rechtshulp of rechtsbijstand optreedt in het belang van economisch zwakken; en
kan worden gedaan niet alleen naar aanleiding van een reeds aanhangige zaak maar eveneens wanneer wordt overwogen een rechtsvordering in te stellen.
HOOFDSTUK II
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Aanvullend Protocol bij de Europese Overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 4 september 1980