Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VI

Artikel 30

De President

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van het Afrikaanse Ontwikkelingsfonds· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 30 juni 1973

(1). De President van de Bank is ambtshalve President van het Fonds. Hij is Voorzitter van het College van Bewindvoerders, doch heeft geen stemrecht. Hij mag deelnemen aan vergaderingen van de Raad van Bestuur, doch heeft geen stemrecht. (2). De President is in rechten vertegenwoordiger van het Fonds. (3). Ingeval de President van de Bank afwezig is of zijn functie openvalt treedt de persoon die voorlopig is aangewezen om de taken van de President van de Bank te vervullen op als President van het Fonds. (4). Onverminderd het bepaalde in artikel 26 leidt de President de gewone werkzaamheden van het Fonds en verricht in het bijzonder de volgende werkzaamheden: hij legt zowel de begroting inzake de werkzaamheden van het Fonds als de administratieve begroting voor; hij legt het algemene financieringsprogramma voor; hij treft regelingen voor de bestudering en de beoordeling van projecten en programma’s met het oog op financiering door het Fonds overeenkomstig artikel 15, derde lid; hij maakt, al naar behoefte, gebruik van de functionarissen, het personeel, de organisatie, de diensten en de toerusting van de Bank om de werkzaamheden van het Fonds te kunnen verrichten en is verantwoording verschuldigd tegenover het College van Bewindvoerders met betrekking tot de zorg voor en het toezicht op de juiste organisatie, personeelsbezetting en dienstverlening als bepaald krachtens artikel 22; hij neemt het personeel, daarbij inbegrepen adviseurs en deskundigen, in dienst dat het Fonds behoeft en kan het dienstverband daarvan beëindigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel