**(1).** De immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten bedoeld in dit Hoofdstuk worden verleend in het belang van het Fonds. Het College van Bewindvoerders kan, in een door dit College te bepalen mate en op door dit College te bepalen voorwaarden, afstand doen van de in dit Hoofdstuk bedoelde immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten indien het van oordeel is dat de belangen van het Fonds hiermede zijn gediend.
**(2).** Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid, heeft de President het recht en de plicht de immuniteit van een personeelslid, daarbij inbegrepen deskundigen die voor het Fonds een opdracht vervullen, op te heffen in gevallen waarin die immuniteit naar zijn mening een goede rechtsgang zou belemmeren en zij kan worden opgeheven zonder de belangen van het Fonds te schaden.
HOOFDSTUK VIII
Artikel 50
Afstand van immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten door het Fonds
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van het Afrikaanse Ontwikkelingsfonds· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 30 juni 1973