Een Staat kan bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring verklaren:
dat de immuniteit verleend krachtens artikel 43, eerste lid, en krachtens artikel 48, sub (i), niet van toepassing is met betrekking tot een burgerlijke rechtsvordering voortvloeiend uit een ongeval veroorzaakt door een motorrijtuig toebehorend aan of gebruikt ten behoeve van het Fonds of op een verkeersovertreding begaan door de bestuurder van zulk een voertuig;
dat hij voor zichzelf en zijn staatkundige onderdelen het recht voorbehoudt belasting te heffen op de salarissen en vergoedingen door het Fonds betaald aan staatsburgers, onderdanen of ingezetenen van die Staat;
dat is overeengekomen dat het Fonds normaliter geen aanspraak zal maken op vrijstelling van door die Staat op goederen van oorsprong uit zijn grondgebied geheven accijnzen en van belastingen op de verkoop van roerende en onroerende goederen die deel uitmaken van de te betalen prijs, doch dat wanneer het Fonds voor officieel gebruik belangrijke aankopen verricht, die goederen betreffen waarop zodanige heffingen en belastingen zijn of worden geheven, indien mogelijk passende administratieve regelingen zullen worden getroffen door die Staat ter kwijtschelding of voor teruggave van het bedrag van de heffing of belasting;
dat het bepaalde in artikel 49, derde lid, van toepassing is op goederen ten aanzien waarvan kwijtschelding of teruggave van heffing of belasting door die Staat is verleend ingevolge de sub (iii) bedoelde regelingen.
HOOFDSTUK XI
Artikel 58
Voorbehouden
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van het Afrikaanse Ontwikkelingsfonds· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 30 juni 1973