Naar hoofdinhoud

DEEL VIII › HOOFDSTUK II

Artikel 138

Nietigheid van Europese octrooien

Onderdeel van Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)· Intellectuele eigendom

Deze tekst geldt sinds 13 december 2007

1. Behoudens artikel 139 kan het Europees octrooi met werking in een Verdragsluitende Staat slechts nietig worden verklaard indien: het onderwerp van het Europees octrooi ingevolge de artikelen 52 tot en met 57 niet octrooieerbaar is; het Europees octrooi de uitvinding niet zodanig duidelijk en volledig openbaart, dat zij door de vakman kan worden toegepast; het onderwerp van het Europees octrooi niet gedekt wordt door de inhoud van de aanvrage zoals die is ingediend of, indien het octrooi is verleend op een afgesplitste aanvrage of op een nieuwe aanvrage die is ingediend overeenkomstig artikel 61, niet gedekt wordt door de inhoud van de eerdere aanvrage zoals die is ingediend; de beschermingsomvang van het Europees octrooi is uitgebreid; of de houder van het Europees octrooi niet de rechthebbende op het octrooi is ingevolge artikel 60, eerste lid. 2. Indien de nietigheidsgronden het Europees octrooi slechts gedeeltelijk aantasten, wordt het octrooi beperkt door een dienovereenkomstige wijziging van de conclusies en gedeeltelijk nietig verklaard. 3. Bij procedures voor de bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit ten aanzien van de geldigheid van het Europees octrooi, heeft de octrooihouder het recht het octrooi te beperken door wijziging van de conclusies. Het aldus beperkte octrooi vormt de basis voor de procedure. Artikel 7, eerste lid, van Trb. 2002/64 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Is van toepassing op op het tijdstip van de inwerkingtreding ervan reeds verleende Europese octrooien alsmede op Europese octrooien verleend ter zake van op dat tijdstip aanhangige Europese octrooiaanvragen (Trb. 2012/3).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel